• Collection
  • Animals
  • Theme
  •  

     

     

     

     

     

     

           

     

    Kwartshoofd van vindplaats Beegden (L) Ned. Lengte 13½ cm; Breedte 8,8 cm.

    Recentelijk gevonden in 2005 per toeval op de plek waar ik ging zitten om even uit te rusten. Dit portret met een toch modern uiterlijk lag in een berg grind waar alle sporen wezen naar een Cromerafzetting en mogelijk zelfs ouder dan 450.000 BP. Dhr. T. Dijkstra, die ook sculpturen verzamelt en zich specialiseert in o.a. sjamanisme, zag in dit stuk een sjamanistische afbeelding van een persoon die een reis maakt naar een andere wereld. De afbeelding laat een vriendelijk persoon zien, die eruitziet alsof hij in trance is. Laten we met hem dan de reis maken door de steentijd.

    De taal van de stenen

    De vraag of de steentijdmens, buiten zijn technische tool-kits gevuld met typen en tradities, een eigen identiteit vastlegde, was bij mij altijd de drijfveer geweest om elk artefact nauwkeurig hierop te onderzoeken. De grotschilderingen en enkele bewerkte ivoren, benen en hoornen beeldjes en portretten etc. werden meestal niet ouder geschat dan 30.000 BP en daaraan werd de moderne mens gekoppeld. Maar die honderdduizenden jaren, die voorafgingen, vormden voor mij een groot leeg gat, terwijl de wetenschap steeds de herhaalde werktuigen in de meest fantastische benamingen presenteerde.
    In 1971 dacht ik eindelijk bevestiging te krijgen met de vondst van een neolithische bladspits waar, op de voorzijde (ventraal), een mannenportret met puntmuts en, op de achterkant (dorsaal), een man met baard te zien waren. Ik stelde me toen de vragen: was dit opzettelijk aangebracht, is het per ongeluk ontstaan of heeft de maker het überhaupt helemaal niet gezien? In ieder geval is dit stuk de aanzet geweest tot een intensivering van het onderzoeken van dit fenomeen, of dit zich vaker voordeed of dat het een op zichzelf staand artefact met een afbeelding zou blijven. De vondsten gingen zich mettertijd snel vermeerderen en de ene verbazing volgde op de andere toen ik ontdekte dat dit verschijnsel zich meerdere malen voordeed. Verbazing ook, omdat de officiële wetenschap hier niets over meldde. Zij bleef haar werktuigen brengen in monotone typologieën, alsof het alleen een technisch aspect betrof. Toch zag ik zelfs in bepaalde werktuigen ook een terugkerende, thematische herhaling van portretten en dierafbeeldingen, waardoor ik me afvroeg of dit nu onder werktuigen viel, onder sculpturen of zelfs een combinatie hiervan genoemd konden worden. Na dit diverse keren aangekaart te hebben bij de profs, werd ik als een pseudo-verzamelaar gezien, die overal wat in zag (wolkjeskijker). Later zijn er ook verschillende amateurs afgehaakt, die nog altijd de goedkeuring zochten van deze profs en er zijn er nog steeds die voor deze erkenning hieraan werken met de maatstaven van deze profs. Voor mij had de opinie van de wetenschap niet een dergelijke grote betekenis om er dan maar meteen het bijltje erbij neer te leggen. Nee, dat was voor mij een reden er nog harder tegenaan te gaan en medestanders te zoeken en te vinden.
    Tijdens het verzamelen viel mij op dat hoe ouder de werktuigen en sculpturen waren, hoe duidelijker de weergaves waren. Door de jaren leer je vanzelf dat vooral klingculturen, zoals Jong Paleo-, Meso- en Neolithicum sculpturen lieten zien die door hun abstractie en symmetrie moeilijker te duiden waren dan de Oud Paleolithische stukken. Vooral mensen uit de oudere steentijdtradities hanteren het principe dat de natuur de uitgangsvormen aangeeft. Zij maakten zich deze vormen eigen om in typologische herhalingen haar beeldtaal vast te leggen en te vereeuwigen. Als voorbeeld neemt men een ronde vorm. Door daar steeds een kleine verandering in aan te brengen, zal men uiteindelijk een vierkant of een andere vorm overhouden. De tussenfasen werden benut om een verloop naar een andere sculptuur te verwezenlijken, zoals de bewerking ook in fases wordt uitgevoerd van 0 tot helemaal volledig. Mij viel in al die jaren van onderzoek op dat, naast alle vormen die de natuur aangeeft in rotsen, bomen, vruchten, dieren etc., de eivormen als meest ideale en ook als gulden snede werd gezien. Het grote kosmische ei van waaruit alles ontstaat, lijkt hun gedachtegoed te zijn geweest en zal als een rode draad door de afbeeldingen worden getoond. De weergaves van sculpturen laten zich in alle natuurlijke technieken lezen, zoals in vuurschijnsel, zon, schemer, mist, fel licht, vocht etc., waardoor een schaduwtaal ontstaat. Ook door draaiing en kantelen van de sculpturen met deze technieken kan men een verhaal “lezen”, waar de officiële wetenschap zich eigenlijk wel eens in mag verdiepen.

    Jan van Es

    Met zoveel jaren verzamelen en ervaring kan ik veel laten zien met de beeldtaal die de stenen zelf "spreken".

    TEXT IN ENGLISH >> CLICK

    TEXT IN DEUTSCH>> CLICK

     

    ¿VRAAGSTEENTJE? KLIK !

    We are like dwarfs on the shoulders of giants, so that we can see more than they. —Bernard of Chartres, 12th century