Jan van Es - Olifantachtigen

Een
serie olifantjes, die m.i. in de steentijd aan
elkaar geschonken werden. Ik zie veel mythologische aspecten in deze
olifantenstenen, maar net als in de natuur hebben ze
ook duidelijk
iets familiairs met elkaar, denk maar aan kuddes olifanten met
familiebanden. In de olifantensculturen heeft de ronde, bolle vorm
van het olifantenlichaam een duidelijk vrouwelijke verwijzing.
Daartegenover staat dat de kop met de slurf een mannelijke
verwijzing heeft, vanwege de fallische vorm. Dit was echter altijd
een strijd tussen Jan Evert en mij, omdat Jan Evert steeds maar de
kuddes aanhaalde met de matriarchale leidster en de andere
vrouwtjes, maar niet zag dat je daarnaast ook nog naar andere
aspecten moest kijken, zoals de kop op zich met de slurf, of anders
gezegd: de slurf is een aspect op zich (wat ook veel in dromen
voorkomt en in de droomsymboliek). Dat is dus de mannelijke kant van
de vrouwelijke zijde. Yin en Yang dus. Ik heb zelfs olifantjes
waarvan de rondingen naar de Venusfiguren verwijzen. Er zijn ook
olifantjes die onderaan de slurf het ei, de zon en de maan dragen.

Olifantkenmerken

Nu in de sculpturen is daar een wisselwerking in met sommige
portretten waarbij de neus in menige uitvoering hier weer naar de simpele
uitvoering van de olifant teruggrijpt. Mens en dier verenigd in een combinatie
van beiden duidt vaak in de sculpturen als goddelijk. Mens en dier in de
oude steentijd stonden naast elkaar, en men kan rustig spreken van broeder-
en zusterdier. Het dier als voedsel doet
hier niets aan af, want vaak werden er sjamanistische bezweringen vooraf
gedaan om in het dier te denken, om het te doden, en om een vorm van excuus
te vragen voor het doden, en ook zou de grote geest van het dier in de mensen
over gaan. Is toch heel anders dan hoe we nu met ons (pluim)vee omgaan. Maar
nu toch weer even op de neus terug te komen, let nu eens op de neus. Hier
zie je hoe een olifantenkop met een duidelijk slurfje naar de neus van het
portretje reikt. In de scuptuuraanduidingen verwijzen de oude beeldstenen
telkens naar deze vormen en de grote vraag is steeds bij de sculpturen-freaks,
waarom vinden wij zo weinig echte fallus-vormen. Dit nu is volgens mij naar
de neus van de man te herleiden omdat het met het grote ruiken van doen heeft.
Net zo als
bij de dieren is het tijdstip dat de vrouwtjes ontvankelijk zijn, het signaal
voor de mannetjs aangebroken om actief te worden en dat gaat veelal met de
neus. Let wel: ik praat zeker over 500.000 bp. Niet de fallus als groot vruchtbaarheidssymbool,
maar de de grote goede mannelijke gok als een speurneus. De fallus als vruchtbaarheidssymbool
komt veel later in de steentijd voor.
Terug naar Hoofdpagina Olifanten