
Dinsdag 19 juli 1983
Hij is wat we mogen noemen een geslaagd man, de bejaarde (bijna 83) C. Franssen uit Bennekom. Ingeneur. Doctor. Gepromoveerd op de zwarte bonenluis. Vóór de oorlog verrichtte hij in Indië baanbrekend werk als entornoloog (insektenkundige). Bij de bestrijding van insektenplagen was hij zijn tijd ver vooruit. Hij gebruikte geen chemische middelen, maar natuurlijke vijanden van de insekten. Haalde daartoe uit Mexico een soort lieveheersbeestje voor de strijd tegen luis in de bevolkingskoffie op Celebes.
Na de oorlog werkte hij bij het Instituut voor Plantenziektenkundig Onderzoek in Wageningen. Hij heeft honderden wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan, is officier in de Orde van Oranje Nassau. Sinds een halve eeuw amateur-archeoloog. Kamers vol archeologisch materiaal uit bijna alle landen van de wereld. Vraag: zou deze man nog na zijn tachtigste twee jaar lang minstens eens in de veertien dagen 's morgens om kwart voor zeven op zijn fiets stappen, vanuit Bennekom naar het station Ede fietsen, de trein naar Arnhem nemen, overstappen naar Nijmegen, daar de lange boemel naar zijn geboorteplaats Roermond nemen om dan in Belfeld, Reuver, Swalmen in diepe groeven naar stenen werktuigen te zoeken, UITSLUITEND VOOR DE FLAUWEKUL ? Waar gaat het om? Franssen beweert samen met de een halve eeuw jongere Jan van Es uit Roermond werktuigen gevonden te hebben die volgens hun rotsvaste overtuiging meer dan twee miljoen jaar geleden vervaardigd zijn. Door mensen uiteraard. Als ze het absoluut waterdichte bewijs kunnen leveren, is dat een opzienbarende ontdekking.
Wereldnieuws. De geschiedenis van Nederland wordt met twee miljoen jaar verlengd. Er is dan bewezen dat er zolang geleden niet alleen in Afrika en Zuid-Europa mensen rondgezworven hebben, maar ook in Limburg. De officiële Nederlandse wetenschap rept zich echter nog niet naar Bennekom. Ongeloof is troef. Een van de redenen daarvoor is de kwestie Vermaning. Na hem wordt geen amateurarcheoloog meer vertrouwd. Gaat de heksenjacht op integere, verdienstelijke Nederlanders door, zegt Franssen. Volgens hem is hij de gebeten hond bij de rijksarcheologen, omdat hij pal achter Vermaning stond. Verslaggever Wim Kuipers dook mee in het schimmige verleden. Een reis naar de oertijd van Nederland. Of: het pietepeuterige verschil tussen een ordinaire witte kiezelsteen en een ruim twee miljoen jaar oud snijwerktuig.

.. Jan van Es uit Roermond-Maasniel. Gedreven amateur-archeoloog. Is dagelijks in het veld te vinden. "Ik ben nog nooit ergens in het veld een hoogleraar tegengekomen" grijnst hij. "Die lui zitten rustig achter hun bureau te wachten tot een boer een vuistbijl komt brengen. Zoiets noem ik roof-archeologie."

"Als ik het kon betalen" zucht hij, "dan liet ik diepteboringen verrichtten. Om te weten te komen waar vroeger een meertje gelegen heeft. Daar was vis en voedsel, daar verbleven de eerste mensen, daar moet een schedel liggen."
De klei van Reuver is de oudste van een serie klei- en grindlagen die voorgangers van de Rijn (en niet de nabije Maas) tussen Roermond en Venlo neergelegd hebben. In een tijd dat Nederland bestond uit het huidige Limburg, een beetje Brabant en enkele hectaren Rijk van Nijmegen. De rest was meestal overstroomd. Op de klei van Reuver bevindt zich een grindlaag, dan komt de klei van Belfeld (ook een geologische benaming) dan weer kiezel en vervolgens de wereldbekende Tegelse klei. Die klei (jonger dan die van Reuver en Belfeld, 1,6 miljoen jaar oud) heeft niet alleen het materiaal voor dakpannen geleverd, maar ook fossiele botten van een oer-olifant, die een schouderhoogte van vijf meter had, van twee soorten neushoorns, reuzeherten, resten van bevers, hyena's, een beer, en misschien de merkwaardigste vondst - de onderkaak en enkele kiezen van de aap Macaca florentina, een hondsaap. Het moet een avontuurlijke aap zijn geweest, wat nog nooit is een van zijn soortgenoten zo noordelijk aangetroffen. Zijn familie woont nu op Java. Op de rots van Gibraltar spelen waarschijnlijk zijn nakomelingen.
Turkije
Maar er is nog steeds geen menselijk bot gevonden in de oeroude klei. Makkelijke conclusie; de mens was toen nog niet in onze streken doorgedrongen, hoewel het er tijdens een groot deel van het zogeheten Tiglien (een geologisch tijdperk) best aangenaam was. Fossiele vruchten, zaden en pollen van planten leren ons dat de flora overeenkwam met die in het noorden van Turkije nu. De gemiddelde juli-temperatuur moet ruim twintig graden zijn geweest. Dat halen we lang niet meer. Overigens kan er iets menselijks uit de klei tevoorschijn gekomen zijn. Franssen: "De fossielen zijn allemaal geborgen door arbeiders die daar werkten. Ze bewaarden alleen de duidelijk herkenbare fossielen. Het is heel wel mogelijk dat er een menselijk botje bij geweest is, dat niemand als zodanig herkende."
Moerasgebied
Franssen verwacht zijn schedel overigens niet in Tegelen te vinden, maar iets zuidelijker. In Tegelen is de kleilaag namelijk neergelegd in dode rivierlopen. Er kwamen nogal wat kadavers van dieren in terecht, die bij hoge waterstand meegevoerd werden. Vandaar de vele vondsten. In dat moerasgebied hebben geen mensen gewoond. Misschien wel in de buurt.
Kleigroeven
De geschiedenis van de (nog) omstreden werktuigen begint bij Jan van es (33). Hij is verwoed amateur-archeoloog. Zijn vondsten volgeëxposeerd in zijn flatje in Roermond-Maasniel, hij vond fraaie vuistbijlen op de Beegderhei, en zwierf vaak door de zand- en kleigroeven langs Nederlands-Duiste grens. Bij het kerkdorpje Boukoul waar de Tegelse klei dagzomend is, dat wil zeggen; aan de oppervlakte komt, vond hij kiezelstenen die -zo vermoedde hij - bewerkt waren.
Voorpaginanieuws
Hij belde Franssen. Die kwam onmiddellijk, en herkende de stenen als choppers en chopping tools. Primitieve werktuigen waarmee de oermens krabde, hakte, peuterde. Het Engelse woord chopper betekent hakmes. Maanden en maanden zochten ze verder. Ook in de klei van Reuver, de oudste laag. Honderden artefacten (primitieve werktuigen) vonden ze er. "Voorpaginanieuws" roept Franssen, maar wie steunt hem?
Bijna alle werktuigen zijn gemaakt van witte rolstenen. Materiaal: kwarts, kwartsiet of het doorschijnende kwartskristal. Een leek zal zeggen; dit zijn kiezelsteentjes. Hoe weet je nu dat er doelbewust een stukje afgeslagen is? Dat komt omdat wij jarenlang gezocht hebben" antwoordt Jan van Es. "We weten, al zien we het niet onmiddellijk, of het een natuursteen is of een werktuig." Hij laat een gepunte witte kiezelsteen zien. "Zie je dat dit stukje er op een andere manier, als het ware tegendraadse manier is afgeslagen? Dat heet een contra-coupe, en het moet mensenwerk zijn. De natuur gaat grover en grilliger te werk. Kleine retouches, correcties, zijn er ook niet."
Systeem
Franssen: "Ik zal niet zeggen dat er door kraken of vorstsplijting niet eens iets kan ontstaan dat op een werktuig lijkt, maar toch niet honderden en honderden bij elkaar? Dat is volgens de statistische kansberekening uitgesloten. De natuur splijt een steen niet volgens een vast systeem. Als je tienduizend witte kiezelstenen bij elkaar zoekt. dan krijg je ongetwijfeld een volkomen willekeurig assortiment. Wat wij gevonden hebben, daar zit zo'n consequent doorgevoerd systeem in, dat kan uitsluitend de mens."
Gehakketak
Het voert te ver hier een jarenlang archeologisch gehakketak uit de doeken te doen. Ook in Zuid-Limburg (Jabeek) en in Gelderland zijn stenen gevonden die volgens amateur-archeologen en buitenlandse deskundigen echte werktuigen zijn, maar die veel vaderlandse oudheidkundigen uitroepen tot spelingen der natuur. Toch hebben de amateurs al veel bereikt. Erg veel. Jarenlang werd als min of meer vaststaand feit aangenomen dat de mens niet eerder dan 12.000 jaar geleden naar Nederland gekomen was. Aan het eind van de laatste der ijstijden. Maar de vondsten van Tjerk Vermaning hebben velen doen twijfelen.
Nijlpaarden
Waarom - zo zou men zich kunnen afvragen - hebben de eerste mensen in Afrika geleefd, en niet (ook) in Midden-Europa, waar tijdenlang een zeker zo aangenaam klimaat heerste? Nijlpaarden zijn tot in Denemarken doorgedrongen. Franssen: "Inderdaad. Hier bij de rivieren heeft natuurlijk nooit een bordje Verboden Toegang gestaan. Toen ik hoorde dat er bij Rhenen oude aardlagen aangegraven werden, ben ik gaan zoeken." Samen met collega Ad Wouters uit lent speurde hij systematisch de stuwwallen (achtergelaten door het laatste landijs) bij Rhenen en Ede af. Ze vonden werktuigen waarvan tegenwoordig ook officiële Nederlandse archeologen moeten toegeven dat die minstens 180.000 jaar geleden vervaardigd zijn. In het populaire archeologische boek "VERLEDEN LAND" is een apart hoofdstukje gewijd aan de vondsten in Rhenen, maar de namen van Wouters en Franssen ontbreken. Een wraakneming waarschijnlijk voor hun doorslaggevende rol in de rechtszaak tegen Vermaning.
Verder dan 200.000 jaar willen door de overheid aangestelde archeologen nog niet gaan. De wetenschap dient voorzichtig te zijn. De aan de Universiteit van Utrecht verbonden geoloog, archeoloog en paleontoloog (kenner van uitgestorven dieren) dr. D.P. Bosscha Erdbrink echter heeft internationaal de aandacht gevestigd op enkele werktuigen uit de groeve Kwintelooyen ten noorden van Rhenen, die ongeveer een miljoen jaar oud zijn. Hij was erbij (Franssen trouwens ook) toen Wouters daar enkele werktuigen vond, in situ. Dat betekent; in een ongestoorde laag. Een laag die op een miljoen jaar gesteld moet worden,
Erdbrink is er heilig van overtuigd dat het om enkele echte werktuigen gaat. Er hebben daar dus onvoorstelbaar lang geleden mensen gewoond. Dat valt moeilijk meer te ontkennen.

Bewerkte botten
Waarom dan niet een 600.000 jaar eerder op de heuvelrug tussen Roermond en Venlo? Wetenschappelijk is dat niet uitgesloten. Wellicht is het al aangetoond. In een eerder artikel AB, Archeologische berichten (nummer 13) wijzen Franssen en Wouters erop dat in 1962 reeds meegedeeld is, dat er in de Tegelse klei door de mens bewerkte botten aangetroffen zijn. Op dat moment waren er nog nergens in Europa zo oude menselijke sporen ontdekt. Edoch...deze publicatie, van de bioloog Van Bemmel en van Duitse deskundige, wordt doodgezwegen.
Kans of droom?
Daarom hoopt Franssen op een schedel. De kans daarop is echter uiterst gering. stel dat van elke 100.000 mensen die in een tijdvak van 800.000 jaar in Europa rondgezworven hebben, één schedel overgebleven is. zal die dan in Belfeld of Reuver liggen, en wordt die dan ook nog ontdekt?
KLIK INDEX of ander Knipsel