Updates

 Dieren

 Portretten

  Beegden

  Boukoul

  Email

  Gastenboek

  Links

  Symboliek

  Internationaal

     

'De kleine sjamaan'

1970~2006 ©

Jan van Es ~ Roermond

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De taal van de stenen

De vraag of de steentijdmens, buiten zijn technische tool-kits gevuld met typen en tradities, een eigen identiteit vastlegde, was bij mij altijd de drijfveer geweest om elk artefact nauwkeurig hierop te onderzoeken. De grotschilderingen en enkele bewerkte ivoren, benen en hoornen beeldjes en portretten etc. werden meestal niet ouder geschat dan 30.000 BP en daaraan werd de moderne mens gekoppeld. Maar die honderdduizenden jaren, die voorafgingen, vormden voor mij een groot leeg gat, terwijl de wetenschap steeds de herhaalde werktuigen in de meest fantastische benamingen presenteerde.
In 1971 dacht ik eindelijk bevestiging te krijgen met de vondst van een neolithische bladspits waar, op de voorzijde (ventraal), een mannenportret met puntmuts en, op de achterkant (dorsaal), een man met baard te zien waren. Ik stelde me toen de vragen: was dit opzettelijk aangebracht, is het per ongeluk ontstaan of heeft de maker het überhaupt helemaal niet gezien? In ieder geval is dit stuk de aanzet geweest tot een intensivering van het onderzoeken van dit fenomeen, of dit zich vaker voordeed of dat het een op zichzelf staand artefact met een afbeelding zou blijven. De vondsten gingen zich mettertijd snel vermeerderen en de ene verbazing volgde op de andere toen ik ontdekte dat dit verschijnsel zich meerdere malen voordeed. Verbazing ook, omdat de officiële wetenschap hier niets over meldde. Zij bleef haar werktuigen brengen in monotone typologieën, alsof het alleen een technisch aspect betrof. Toch zag ik zelfs in bepaalde werktuigen ook een terugkerende, thematische herhaling van portretten en dierafbeeldingen, waardoor ik me afvroeg of dit nu onder werktuigen viel, onder sculpturen of zelfs een combinatie hiervan genoemd konden worden. Na dit diverse keren aangekaart te hebben bij de profs, werd ik als een pseudo-verzamelaar gezien, die overal wat in zag (wolkjeskijker). Later zijn er ook verschillende amateurs afgehaakt, die nog altijd de goedkeuring zochten van deze profs en er zijn er nog steeds die voor deze erkenning hieraan werken met de maatstaven van deze profs. Voor mij had de opinie van de wetenschap niet een dergelijke grote betekenis om er dan maar meteen het bijltje erbij neer te leggen. Nee, dat was voor mij een reden er nog harder tegenaan te gaan en medestanders te zoeken en te vinden.
Tijdens het verzamelen viel mij op dat hoe ouder de werktuigen en sculpturen waren, hoe duidelijker de weergaves waren. Door de jaren leer je vanzelf dat vooral klingculturen, zoals Jong Paleo-, Meso- en Neolithicum sculpturen lieten zien die door hun abstractie en symmetrie moeilijker te duiden waren dan de Oud Paleolithische stukken. Vooral mensen uit de oudere steentijdtradities hanteren het principe dat de natuur de uitgangsvormen aangeeft. Zij maakten zich deze vormen eigen om in typologische herhalingen haar beeldtaal vast te leggen en te vereeuwigen. Als voorbeeld neemt men een ronde vorm. Door daar steeds een kleine verandering in aan te brengen, zal men uiteindelijk een vierkant of een andere vorm overhouden. De tussenfasen werden benut om een verloop naar een andere sculptuur te verwezenlijken, zoals de bewerking ook in fases wordt uitgevoerd van 0 tot helemaal volledig. Mij viel in al die jaren van onderzoek op dat, naast alle vormen die de natuur aangeeft in rotsen, bomen, vruchten, dieren etc., de eivormen als meest ideale en ook als gulden snede werd gezien. Het grote kosmische ei van waaruit alles ontstaat, lijkt hun gedachtegoed te zijn geweest en zal als een rode draad door de afbeeldingen worden getoond. De weergaves van sculpturen laten zich in alle natuurlijke technieken lezen, zoals in vuurschijnsel, zon, schemer, mist, fel licht, vocht etc., waardoor een schaduwtaal ontstaat. Ook door draaiing en kantelen van de sculpturen met deze technieken kan men een verhaal “lezen”, waar de officiële wetenschap zich eigenlijk wel eens in mag verdiepen.

Jan van Es

Met zoveel jaren verzamelen en ervaring kan ik veel laten zien met de beeldtaal die de stenen zelf "spreken".

 

How stones can "speak" for themselves.
 
The question if stone-age men -besides their techniqual tool-kit filled with types and traditions- also recorded their own identity, always has been (and still is) my motive to examine every artifact very accurately.
Cave-paintings, some worked ivory, bone and horn sculptures, portraits etc. mostly have been estimated at not older than 30.000 BP and coupled with modern mankind. But all those hundreds of thousands of years before seem to be a great empty gap, while the established archeologists worldwide and repeatedly were and still are  exposing stone-age tools -already known and accepted by the public- with even the most fantastic names.
In 1971 at last I thought to have found some confirmation with the find of a neolithic leaf-point: frontal (ventral) I saw a male portrait (with pointed cap) and at the backside (dorsal) a bearded man. I wondered: were these images worked out deliberately? Were they caused by accident? Perhaps the creator didn't see it at all? Anyway this piece has been the instigator to the intensification of my research, concerning this phenomenon. I wanted to find out whether this was of frequent occurence or this artifact would turn out to be an isolated case. In course of time my collection increased rapidly and it was very astonishing to find out that this phenomenon turned up more often. The more surprised I was because of the fact that the professionals never mentioned anything like it. They keep on showing their tools in similar typologies as if it is a merely technical matter. All the same I recognized ever-recurring themes of portraits and animal images in several tools (called "pseudo tools" by the profs), which made me wonder what to call such stones: "tools", "sculptures" or even a combination of these? As I put it to several profs, I was called a "pseudo"-collector, fantast (cloud-watcher). Later on several amateurs, still wanting the verification of professionals (and still working with the standards of those profs), turned their backs upon this matter. To me the opinion of the profs had not that great importance to chuck up! No! On the contrary, it was all the more reason to go against it and to look for supporters and like-mindeds and to find them (which I did).
While enlarging my collection I noticed that the older the tools and sculptures, the clearer the images. Through the years I discovered that in particular blade-sculptures which, by their abstract and symmetrical forms, were more difficult to interpret than the Early Paleolithic pieces. Particularly people of the older stone-age traditions were  handling the principle: nature shows and offers the basic forms or basic shapes. They acquiered these forms to fix and perpetuate their "image-language" in typological iterations. Take for instance a round shaped stone. By making little alterations from time to time one finally ends with a square or another shape. The phases (or stages) in between were utilized to develop other sculptures, thus the working proces was in stages from zero all the way to a complete and total form. During all those years of research I noticed that, besides all forms nature offers in rocks, trees, fruit, animals etc., the egg-shaped rocks were considered as the most ideal kind. The big cosmic egg, the germinal force and origin of life, seems to have been a very important notion and turns out to be a main line in the images. The reproductions of sculptures can be "read" in all ways nature offers, like the shine of fire, twilight, fog, vivid sunlight, moistness et cetera. Using these techniques of "looking" one discovers a shadow language. By turning and overturning the sculptures with this technique (using the above mentioned elements) one can "read" a story. A story in which actually the profs ought to have deepened. Anyway, taking effort to reflect upon this matter wouldn't be bad.         
 
Jan van Es.
(Transl. J.Huber)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

INDEX